Volgers

Översätta/Translate

zaterdag 25 februari 2012

Faluröd en Falukorv

Wie in Zweden komt zal het direct opvallen: Het merendeel van de houten huizen, zeker buiten de steden, heeft een roodbruine kleur die typerend is voor Zweden. Het is het zogenaamde Faluröd, een verf die al eeuwenlang wordt toegepast.

 Ook schuren, kerken en zelfs de utedas (buiten wc) worden in deze kleur geschilderd.  Deze verf komt buiten Zweden en Finland vrijwel niet voor, dus kun je je afvragen waarom deze verf zo populair is. Om dit te begrijpen, moeten we hele tijd terug in de geschiedenis van Zweden.

Zweden is rijk aan delfstoffen zoals ijzererts, koper, kwik, sulfaat, kwik, lood, goud, zilver en silicium. Met name in de 16e tot de 19e eeuw werd Zweden enorm rijk door de winning van deze grondstoffen. Overal in Zweden waren groeves en mijnen die het land en zeker de Zweedse troon heel veel geld opleverden.
Het centrum van de mijnbouw lag rond het stadje Falun in de provincie Dalarna.




 Falun was toendertijd één van de belangrijkste steden van het land. Er was reeds een mijn vanaf het jaar 700. De belangrijkste delfstof was koper. De mijn bij Falun nam omstreeks 1700 ruim 70% van de West-Europese koperproductie voor zijn rekening. Hierdoor ontstond daar, voor die tijd, één van de belangrijkste industriegebieden van Europa.  Er waren grote smelterijen en metaalverwerkende bedrijven, welke het gebied grote welvaart brachten, maar ook de omgeving met hun rook en roet sterk vervuilden. Na de opkomst van de steenkool in Engeland waar het erts economischer mee kon worden gesmolten dan met hout, verloor de Zweedse metaalindustrie in de 19e eeuw sterk aan betekenis.
Overigens worden er momenteel weer oude groeves heropend omdat de grondstofprijzen sterk zijn gestegen en winning weer rendabel wordt.
In Falun bleef de mijn nog tot 1992 open, maar moest uiteindelijk worden gesloten in verband met jarenlange verliezen.

.

Momenteel is het een toeristische trekpleister en is door de UNESCO uitgeroepen tot World Heritage Site en is één van de belangrijkste industriële monumenten van Europa. Op het terrein van de mijn staat het Stora Kopparberget Museum. waar de geschiedenis van de mijnbouw wordt getoond.
Op het terrein staat ook een verffabriekje....het Falu Röd verffabriekje, waarmee we weer bij het begin van mijn verhaal zijn.

 De oorsprong van het Faluröd is niet helemaal duidelijk. De eerste vermeldingen van het Faluröd zijn uit het midden van de 16e eeuw. Tot ongeveer het jaar 1600 werden de huizen niet geschilderd, De houten huizen werden na verloop van tijd grijs en zagen er grauw uit.
Zweden was in die tijd een machtig land en tijdens de oorlogen die het land met andere landen in Europa voerde, zagen de koningen en hun edelen de rode bakstenen huizen in de omringende landen. Het rood verven van de huizen was in eerste instantie een teken van welstand.
Volgens één verhaal zou koning Johan III een buitenverblijf in Falun willen bouwen met een rood dak.
De architect wendde zich tot de directie van de kopermijn, omdat hij hoopte met het oker dat als restant in de koperslakken achterbleef, een rode verf te kunnen maken, zodat het dak eruit zou zien als baksteen. Na een poosje experimenteren werd ontdekt, dat na verhitting de oker rood verkleurde en er na vermenging met o.a. roggemeel en lijnolie er een bruinrode verfstof van gemaakt kon worden. Hiermee ontstond het eerste rode dak in Zweden.
Omdat hij het resultaat blijkbaar mooi vond, gaf de koning daarna opdracht om het hele huis in deze kleur rood te schilderen, waarna ook andere rijken hun huis zo wilden schilderen.
Het is echter waarschijnlijker, dat de trend langzamer ontstond.  Volgens een andere versie van het verhaal heeft de koning de toen reeds bestaande verf besteld om de daken van het koninklijke slot er rood mee te schilderen.

In de 19e eeuw werd het algemeen gebruikelijk om de huizen rood te schilderen. Echter omdat de verf erg goedkoop was, werd het gezien als verf voor de armen. Rijke herenboeren en edelen gingen toen hun huizen geel schilderen, het zogenaamde Herrgårdsgul. Ook deze kleur komt nu nog erg veel in het Zweedse landschap voor.

De mineralen die in het pigment van de verf, o.a. koper, zink en kiezelzuur, maken dat de verf zeer goed beschermt en wel 7-15 jaar niet opnieuw geschilderd hoeft te worden. Bovendien is het schilderen heel gemakkelijk doordat de verf de dikte heeft van chocoladepudding en heel gemakkelijk met een brede kwast kan worden opgebracht.

Omdat de mijn in 1992 werd gesloten, wordt er geen nieuwe grondstof meer gewonnen. Er is echter nog voorraad voor ca. 80 jaar en wellicht wordt daarna de mijn wel weer heropend!

Een ander bekend "afvalproduct" uit Falun is Falukorv.
Er zijn in Zweden onnoemelijk veel soorten worst te koop en een algemeen voorkomende soort is de Falukorv (korv = worst). Deze is een beetje te vergelijken met de Gelderse worst in Nederland.

 

Ook deze worstsoort heeft te maken met de mijnbouw in Falun. Omdat de mijnschachten erg diep waren en de touwen waaraan de liften voor de mijnwerkers en het erts vastzaten erg sterk en betrouwbaar moesten zijn werd gezocht naar een hiervoor geschikt materiaal. Uiteindelijk kwam men terecht bij ossenhuiden waarvan een zeer sterk touw gemaakt kon worden.
Echter, er waren erg veel ossen nodig om er voldoende touwen van te kunnen maken, zodat er naast de huiden ook enorme hoeveelheden vlees ontstonden. In de winter was dit geen probleem, het vlees kon dan bevroren worden bewaard. In de zomer ontstond er echter een probleem. Het vlees zou gezouten kunnen worden bewaard, maar zeker in de 17e eeuw was zout een kostbaar product. De oplossing was dus om er worst van te maken. Deze kon worden gedroogd en gerookt en dus langer worden bewaard.  In eerste instantie werd de worst bewaard voor eigen gebruik, maar allengs werd deze "geëxporteerd" door heel Zweden en ook verkocht aan het leger en de zeevaart.

Tot zover een stukje geschiedenis en achtergrondinformatie over Zweden. Ik hoop, dat jullie het interessant vonden.

Hier in Munkfors gaat het nog steeds prima. Truus loopt steeds beter met haar knie en heeft er niet al te veel pijn aan. Ik ben druk bezig met het digitaliseren van Hi-8 films en mijn modelspoorbaan en we wachten met spanning op onze nieuwe auto, die volgens de dealer 2 weken geleden op de boot stond.
Het is weer is prachtig, de zon schijnt en de temperatuur ligt overdag zo rond de +5 graden en de sneeuw is snel aan het verdwijnen. De dagen worden nu steeds langer en het duurt nog maar een maandje en dan gaan wij Nederland weer inhalen met de daglengtes!

Tot de volgende keer,

hej då,

Jaap





Geen opmerkingen:

Een reactie posten